In de ban geraakt van het VW bus virus door de LT28 bij mij op het werk, wilde ik een VW bus voor mezelf hebben. In oktober 1996 stond er in de zaterdageditie van de Telegraaf een advertentie van een autobedrijf bij mij in de buurt. In deze advertentie werd ook een T3 pick-up aangeboden en naar aanleiding hiervan ben ik die zaterdagmorgen bij het bedrijf langs gegaan.
Het bleek toen om een grijze enkelcabine pick-up te gaan. Deze bus zag er nog wel redelijk uit maar de cabine was van binnen helemaal uitgeleefd. De verkoper zei toen dat hij de maandag erop ook nog een T3 dubbelcabine pick-up binnen zou krijgen. Aangezien ik hier wel interresse in had ben ik gelijk die maandagavond weer bij het autobedrijf langsgegaan om naar deze bus te gaan kijken.
Maar de verkoper van het autobedrijf vertelde mij dat hij me de bus eigenlijk niet wilde verkopen. Het autobedrijf had de bus namelijk ergens opgekocht en hen was verteld dat het om een bus met turbodiesel motor zou gaan. Toen het bedrijf de bus binnenkreeg bleek deze echter over een gewone dieselmotor te beschikken in plaats van de genoemde turbodiesel. Dit was voor het autobedrijf reden om de bus te weigeren. Als ik echt geinterresseerd was in deze bus moest ik snel beslissen anders ging de bus "retour afzender". Aangezien ik echter al voor deze bus was gevallen heb ik de bus dus ook gekocht. En tot op de dag van vandaag heb ik er geen moment spijt van gehad.
De bus is gebouwd op 14 september 1990 in de VW fabriek te Hannover, welke hij op 19 september 1990 verlaten. Hij is voorzien van een 57 PK / 1,7 ltr dieselmotor, welke een topsnelheid van 112 km/uur levert, en deze motor is inmiddels vervangen door een ruilmotor (zie verder op deze pagina). De kleur die hij vanaf de fabriek heeft meegekregen is "bouwplaats"oranje, VW L20B, met een grijze interieurbekleding.
Op het moment dat ik de bus kocht was deze voorzien van een oranje zwaailampbalk op het dak van de cabine. Verder was er een hydraulisch, met de hand te bedienen, hijskraantje in de open laadbak gemonteerd waarvan de drukketel in de laadruimte, onder de open laadbak, was geplaatst.
De bus had in haar tijd bij de gemeente wel de nodige gebruikssporen opgelopen. De neus had aan beide kanten, tussen grille en portieren, enkele lelijke deuken zitten. Het linker portier was zwaar gehavend en geheel ontzet. De achterzijde van de bus was ook niet vrij van deuken en hier is op sommige plekken de lak verkleurd door aanslag van teer die men waarschijnlijk ooit vervoerd heeft. De bodem van de open laadbak was bekleed met traanplaat. Deze traanplaat ging op enkele plaatsen ook schuil onder een dikke laag teer.
De zwaailampbalk en het hijskraantje heb ik kort na aanschaf van de bus verwijderd. Ook de traanplaatbekleding van de bodem in de open laadbak is verwijderd. Hierna bleek de originele bodem van de laadbak totaal verrot te zijn, doordat de traanplaat direct op de bodem was aangebracht zonder ruimte voor ventilatie. En in al die jaren is er zand en dergelijke onder de traanplaat gekropen, wat vochtophoping betekent, met dus alle narigheid van dien. Ook waren er grote gaten in de bodem van de open laadbak aangebracht, ten behoeve van de hijskraan, waardoor de ruimte onder de open laadbak regelmatig volstond met een flinke laag water. Nu is er over de bodem van de laadbak een afdichtende plaat gezet waardoor de bodem weer waterdicht is. De open laadbak wordt daarbij nu ook nog extra afgedekt door een dekzeil, waardoor de laadbak droog en schoon blijft.Op de foto rechts is de originele laadbakbodem van onderaf gefotografeerd. Zoals te zien, is er weinig meer van het originele plaatwerk over.
Het interieur van de bus verkeerde, toen ik de bus voor het eerst zag, in een uitstekende staat. Het dashboard was nog helemaal heel en ook de skai bekleding van bestuurdersstoel, en het bijrijdersbankje, was bijna als nieuw. Er zat alleen geen achterbank in de cabine. In plaats hiervan had men een houten kast getimmerd ten behoeve van materialen en gereedschap. Deze kast heb ik er direct uit gehaald. Bij een autosloperij heb ik toen een gebruikte achterbank gekocht en deze opnieuw in de originele skai bekleding laten bekleden. Het halfhoge scheidingswandje in de cabine heb ik van een nieuwe laag oranje lak voorzien omdat deze door het vorige gebruik behoorlijk beschadigd was.
Hierna ben ik beetje bij beetje, de bus een persoonlijker uitstraling gaan geven door hem uit te rusten met enkele accessoires. In september 2000 heb ik, na een tip van een mede-clublid van de VW Bus Club Nederland, ook een originele huif voor mijn bus kunnen kopen. Door middel van deze huif maak je van de open laadbak van een pick-up een heuse laadruimte. En deze huif hoeft niet constant op de bus gemonteerd te zijn. Op het moment dat het nodig is monteer of demonteer je hem zonder al te veel moeite.De naaststaande foto is gemaakt op de voorjaarsmeeting van de VW Bus Club Nederland, welke werd gehouden van 26 t/m 28 april 2002 in Burgum. Op zo'n bijeenkomst kan een huif ook dienst doen als slaapplaats. Het is niet erg geriefelijk maar scheelt wel het extra gedoe met een tent.
Deze huif is inmiddels niet meer in mijn bezit. Aangezien ik de huif normaal gesproken niet gebruikte en ik op zeker moment een gesloten bestelbus erbij heb gekocht heb ik de huif weer verkocht.
Bij de APK-keuring in 2002 verzocht de garagehouder, die de keuring aan mijn bus uitvoerde, mij om even bij hem langs te komen. Hij was namelijk, volgens zijn eigen zeggen, behoorlijk geschrokken bij de inspectie van de onderkant van mijn bus.
Toen ik bij de garage aankwam ging de brug, met mijn bus erop, omhoog en liet de garagehouder mij zien dat de bodem en chassisbalken van mijn bus behoorlijk roesten, en dat dit nodig aangepakt moet worden.
Waarschijnlijk heeft de Nederlandse importeur nog een groot aantal T3's op voorraad gehad terwijl de T4 inmiddels al leverbaar was. Vermoedelijk heeft de importeur deze T3's tegen dumpprijzen aangeboden bij diverse grote afnemers van VW bedrijfswagens en heeft men deze bussen niet of nauwelijks behandeld met een roestwerende coating. Het vermoeden is dat mijn bus dus ook een bus is geweest die door de importeur "gedumpt" is. Het gaat hier natuurlijk om een vermoeden en opmerkingen en/of aanvullingen zijn dan ook van harte welkom!
De roest aan de bodem en chassisbalken is verwijderd door de aangetaste delen te zandstralen. Op de linkerfoto is een momentopname te zien waarop al een groot deel van het oppervlak ontroest is en het blanke metaal te zien is. Natuurlijk zijn de nog zichtbare roestranden op de chassisbalk ook weggestraald. Op de twee foto's daarnaast zijn alle gestraalde delen in de zinkprimer gezet.
Na droging van de twee-componenten lak zijn alle naden en holle ruimtes nog behandeld met was, zoals te zien is op de linkerfoto. Het uitvoeren van dit werk heeft een flinke duit gekost maar ik denk met deze investering nog wel enkele jaren plezier van deze bus te kunnen hebben.
Theo en Rikus bedankt!!!
Eind 2005 begon de originele motor van de doka, ondanks een kilometerstand van maar 80.000 km, verschijnselen van verregaande slijtage te vertonen. Het kwam regelmatig voor dat de achterkant van de doka helemaal zwart van de oliespetters was. Het blok begon daarbij ook extreem veel olie verbruiken en perste het de olie aan alle kanten het blok uit.
Naar aanleiding van deze klachten heb ik contact gezocht met de mensen van Diesel Service (toentertijd nog gevestigd in Wijhe), http://www.diesel-service.nl, om een oordeel over de staat van de motor van mijn doka te vellen. Natuurlijk kwam het niet als een verrassing dat het blok aan zijn eind bleek te zijn. Het blok had een enorme carterdruk en het advies was om geen geld meer aan dit motorblok uit te geven.
Op mijn vraag wat Diesel Service voor mij zou kunnen doen in dit geval kwam de inbouw van een 1,9SDI motor ter sprake. Deze motor heeft meer vermogen dan de originele dieselmotoren van de T3 en het gebrek aan vermogen is natuurlijk het grote manco van de originele T3 diesels.
Na het advies van de mensen van Diesel Service heb ik de knoop doorgehakt en heb besloten om door hen een 1,9SDI (motorcode AEY) in te laten bouwen. Ik werd er daarbij gelijk op attent gemaakt dat het waarschijnlijk ook nodig zou zijn om de versnellingsbak aan te passen voor de SDI motor maar ik heb aangegeven dat ik dat eerst wilde aanzien.

In de zomer van 2007 is het interieur van mijn doka veranderd. De bestuurdersstoel en bijrijdersbank zijn vervangen door twee originele T3 "multivan" stoelen welke ik nieuw heb laten bekleden met grijs leder. Deze stoelen zijn bekleed door HEYMAN Stoffeerspecialisten.
Omdat de bijrijdersbank kwma te vervallen is ook de bestaande scheidingswand verwijderd. Deze wand heeft namelijk als enigste functie het bieden van een bevestigingsmogelijkheid voor de rugleuning van het bijrijdersbankje. De rugleuning van het bankje blijft niet uit zichzelf rechtop staan en zit bevestigd op twee beugels die vast zitten aan een kokerprofiel in de scheidingswand. Het verwijderen van de scheidingswand heeft geen enkele invloed op de stevigheid van de carrosserie.Na het verwijderen van de scheidingswand heb ik de B stijlen, welke natuurlijk lichte schade hadden opgelopen, opnieuw oranje gelakt. De bakken waar de stoelen op staan zijn voorzien van twee originele deksels. De bakken en de vloer achterin in de cabine zijn afgewerkt met grijs tapijt.
Als laatste nog een drietal foto's van mijn pick-up. Steven nog bedankt, dit scheelde me weer een ritje langs een flitspaal. En jij levert de foto nog in kleur ook :-)
Met dank aan Steven Verbeek voor de middelste foto en Jan van Klink voor de rechter foto.























